Betekenis van:
sporten

sporten
Werkwoord
  • aan sport doen
"Wie wil afvallen, moet sporten."
sport (de ~ | meervoud sporten)
Zelfstandig naamwoord
  • tree v.e. ladder
"de hoogste sport bereiken"

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Verbod om bepaalde spelen/sporten te beoefenen
  2. Diensten in verband met sporten en hobby’s
  3. Andere artikelen en ander materieel voor sporten en openluchtspelen, n.e.g.
  4. CPA 32.30.15: Andere artikelen en ander materieel, voor sporten of voor openluchtspelen; zwembaden en speelbadjes
  5. Het betreden van de droogvallende plaat in dit deel van het rustgebied met als enige oogmerk het uitoefenen van deze genoemde sporten, is ook toegestaan.