Betekenis van:
afspelen

afspelen
Werkwoord
  • (een muziekinstrument) door veelvuldig bespelen bederven en onbruikbaar maken
"een instrument afspelen"

Hyperoniemen

afspelen
Werkwoord
  • opgenomen geluids- of beeldmateriaal opnieuw laten horen of zien
"Hij speelde een hele mooie CD voor ons af."
afspelen
Werkwoord
  • tot het einde toe spelen
"Dat muziekstuk werd niet tot het einde toe afgespeeld."
afspelen
Werkwoord
  • iets door veelvuldig bespelen bederven en onbruikbaar maken
"Die piano was door het vele gebruik helemaal afgespeeld."
afspelen
Werkwoord
  • ''zich ~'': gebeuren
"Dit verhaal speelde zich in de negentiende eeuw af."
afspelen
Werkwoord
  • onbedoeld plaatshebben, zich voordoen
"zich ergens afspelen"

Synoniemen

Hyponiemen

afspelen
Werkwoord
  • (een muziekstuk) tot het einde toe spelen

Hyperoniemen