Betekenis van:
herhalen

herhalen
Werkwoord
  • zich niet vernieuwen (kunst)
"zich herhalen"

Hyperoniemen

herhalen
Werkwoord
  • *iets opnieuw zeggen
"Ik kon u niet verstaan, wilt u dat herhalen?"
herhalen
Werkwoord
  • *iets opnieuw zingen
"We hebben het refrein van het liedje nog menigmaal herhaald."
herhalen
Werkwoord
  • *iets opnieuw doen
"Het eerder uitgezonden programma wordt morgen herhaald."
herhalen
Werkwoord
  • *steeds weer in eenzelfde situatie terechtkomen
"De schaakpartij liep uit op remise door herhaling van zetten."
herhalen
Werkwoord
  • *steeds weer hetzelfde beleven
"Elke dag herhaalde zich hetzelfde ritueel."
herhalen
Werkwoord
  • *een steeds terugkerende handeling
"Hij is vast aan het oefenen want hij herhaalt steeds hetzelfde riedeltje."
herhalen
Werkwoord
  • herhalen; herhalen wat een ander gezegd heeft; nazeggen
"een zin herhalen"
"herhalen wat iemand zegt"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

herhalen
Werkwoord
  • nog eens, of meerdere keren, hetzelfde ondervinden, uitvoeren of laten weerkeren: