Vervoeging van toeschoppen

Onbepaalde wijs (infinitief): toeschoppen

Er is helaas geen Franse vertaling gevonden.


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik schop toe
    • jij schopt toe
    • hij/zij/het schopt toe
    • wij schoppen toe
    • jullie schoppen toe
    • zij schoppen toe
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik schopte toe
    • jij schopte toe
    • hij/zij/het schopte toe
    • wij schopten toe
    • jullie schopten toe
    • zij schopten toe
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb toegeschopt
    • jij hebt toegeschopt
    • hij/zij/het heeft toegeschopt
    • wij hebben toegeschopt
    • jullie hebben toegeschopt
    • zij hebben toegeschopt
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had toegeschopt
    • jij had toegeschopt
    • hij/zij/het had toegeschopt
    • wij hadden toegeschopt
    • jullie hadden toegeschopt
    • zij hadden toegeschopt
  • Toekomende tijd I

    • ik zal toeschoppen
    • jij zult toeschoppen
    • hij/zij/het zal toeschoppen
    • wij zullen toeschoppen
    • jullie zullen toeschoppen
    • zij zullen toeschoppen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal toegeschopt hebben
    • jij zult toegeschopt hebben
    • hij/zij/het zal toegeschopt hebben
    • wij zullen toegeschopt hebben
    • jullie zullen toegeschopt hebben
    • zij zullen toegeschopt hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou toeschoppen
    • jij zou toeschoppen
    • hij/zij/het zou toeschoppen
    • wij zouden toeschoppen
    • jullie zouden toeschoppen
    • zij zouden toeschoppen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben toegeschopt
    • jij zou hebben toegeschopt
    • hij/zij/het zou hebben toegeschopt
    • wij zouden hebben toegeschopt
    • jullie zouden hebben toegeschopt
    • zij zouden hebben toegeschopt
  • Imperatief

    • jij schop toe
    • jullie schopt toe