Vervoeging van toeschrijven

Onbepaalde wijs (infinitief): toeschrijven


Nederlands

Spaans

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik schrijf toe
  • jij schrijft toe
  • hij/zij/het schrijft toe
  • wij schrijven toe
  • jullie schrijven toe
  • zij schrijven toe

Indicativo presente

  • yo achaco
  • achacas
  • él/ella achaca
  • nosotros achacamos
  • vosotros achacáis
  • ellos/ellas achacan

Onvoltooid verleden tijd

  • ik schreef toe
  • jij schreef toe
  • hij/zij/het schreef toe
  • wij schreven toe
  • jullie schreven toe
  • zij schreven toe

Indefinido

  • yo achaqué
  • achacaste
  • él/ella achacó
  • nosotros achacamos
  • vosotros achacasteis
  • ellos/ellas achacaron

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb toegeschreven
  • jij hebt toegeschreven
  • hij/zij/het heeft toegeschreven
  • wij hebben toegeschreven
  • jullie hebben toegeschreven
  • zij hebben toegeschreven

Pretérito perfecto compuesto

  • yo he achacado
  • has achacado
  • él/ella ha achacado
  • nosotros hemos achacado
  • vosotros habéis achacado
  • ellos/ellas han achacado

Voltooid verleden tijd

  • ik had toegeschreven
  • jij had toegeschreven
  • hij/zij/het had toegeschreven
  • wij hadden toegeschreven
  • jullie hadden toegeschreven
  • zij hadden toegeschreven

Pluscuamperfecto

  • yo había achacado
  • habías achacado
  • él/ella había achacado
  • nosotros habíamos achacado
  • vosotros habíais achacado
  • ellos/ellas habían achacado

Toekomende tijd I

  • ik zal toeschrijven
  • jij zult toeschrijven
  • hij/zij/het zal toeschrijven
  • wij zullen toeschrijven
  • jullie zullen toeschrijven
  • zij zullen toeschrijven

Futuro I

  • yo achacaré
  • achacarás
  • él/ella achacará
  • nosotros achacaremos
  • vosotros achacaréis
  • ellos/ellas achacarán

Toekomende tijd II

  • ik zal toegeschreven hebben
  • jij zult toegeschreven hebben
  • hij/zij/het zal toegeschreven hebben
  • wij zullen toegeschreven hebben
  • jullie zullen toegeschreven hebben
  • zij zullen toegeschreven hebben

Futuro perfecto

  • yo habré achacado
  • habrás achacado
  • él/ella habrá achacado
  • nosotros habremos achacado
  • vosotros habréis achacado
  • ellos/ellas habrán achacado

Conditionalis I

  • ik zou toeschrijven
  • jij zou toeschrijven
  • hij/zij/het zou toeschrijven
  • wij zouden toeschrijven
  • jullie zouden toeschrijven
  • zij zouden toeschrijven

Condicional

  • yo achacaría
  • achacarías
  • él/ella achacaría
  • nosotros achacaríamos
  • vosotros achacaríais
  • ellos/ellas achacarían

Conditionalis II

  • ik zou hebben toegeschreven
  • jij zou hebben toegeschreven
  • hij/zij/het zou hebben toegeschreven
  • wij zouden hebben toegeschreven
  • jullie zouden hebben toegeschreven
  • zij zouden hebben toegeschreven

Condicional perfecto

  • yo habría achacado
  • habrías achacado
  • él/ella habría achacado
  • nosotros habríamos achacado
  • vosotros habríais achacado
  • ellos/ellas habrían achacado

Imperatief

  • jij schrijf toe
  • jullie schrijft toe

Imperativo presente

  • achaca
  • vosotros achacad

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van toeschrijven