Vervoeging van toespitsen

Onbepaalde wijs (infinitief): toespitsen

Er is helaas geen Italiaanse vertaling gevonden.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik spits toe
    • jij spitst toe
    • hij/zij/het spitst toe
    • wij spitsen toe
    • jullie spitsen toe
    • zij spitsen toe
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik spitste toe
    • jij spitste toe
    • hij/zij/het spitste toe
    • wij spitsten toe
    • jullie spitsten toe
    • zij spitsten toe
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb toegespitst
    • jij hebt toegespitst
    • hij/zij/het heeft toegespitst
    • wij hebben toegespitst
    • jullie hebben toegespitst
    • zij hebben toegespitst
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had toegespitst
    • jij had toegespitst
    • hij/zij/het had toegespitst
    • wij hadden toegespitst
    • jullie hadden toegespitst
    • zij hadden toegespitst
  • Toekomende tijd I

    • ik zal toespitsen
    • jij zult toespitsen
    • hij/zij/het zal toespitsen
    • wij zullen toespitsen
    • jullie zullen toespitsen
    • zij zullen toespitsen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal toegespitst hebben
    • jij zult toegespitst hebben
    • hij/zij/het zal toegespitst hebben
    • wij zullen toegespitst hebben
    • jullie zullen toegespitst hebben
    • zij zullen toegespitst hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou toespitsen
    • jij zou toespitsen
    • hij/zij/het zou toespitsen
    • wij zouden toespitsen
    • jullie zouden toespitsen
    • zij zouden toespitsen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben toegespitst
    • jij zou hebben toegespitst
    • hij/zij/het zou hebben toegespitst
    • wij zouden hebben toegespitst
    • jullie zouden hebben toegespitst
    • zij zouden hebben toegespitst
  • Imperatief

    • jij spits toe
    • jullie spitst toe

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van toespitsen