Vervoeging van uitwaaieren

Onbepaalde wijs (infinitief): uitwaaieren

Er is helaas geen Italiaanse vertaling gevonden.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik waaier uit
    • jij waaiert uit
    • hij/zij/het waaiert uit
    • wij waaieren uit
    • jullie waaieren uit
    • zij waaieren uit
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik waaierde uit
    • jij waaierde uit
    • hij/zij/het waaierde uit
    • wij waaierden uit
    • jullie waaierden uit
    • zij waaierden uit
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb uitgewaaierd
    • jij hebt uitgewaaierd
    • hij/zij/het heeft uitgewaaierd
    • wij hebben uitgewaaierd
    • jullie hebben uitgewaaierd
    • zij hebben uitgewaaierd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had uitgewaaierd
    • jij had uitgewaaierd
    • hij/zij/het had uitgewaaierd
    • wij hadden uitgewaaierd
    • jullie hadden uitgewaaierd
    • zij hadden uitgewaaierd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal uitwaaieren
    • jij zult uitwaaieren
    • hij/zij/het zal uitwaaieren
    • wij zullen uitwaaieren
    • jullie zullen uitwaaieren
    • zij zullen uitwaaieren
  • Toekomende tijd II

    • ik zal uitgewaaierd hebben
    • jij zult uitgewaaierd hebben
    • hij/zij/het zal uitgewaaierd hebben
    • wij zullen uitgewaaierd hebben
    • jullie zullen uitgewaaierd hebben
    • zij zullen uitgewaaierd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou uitwaaieren
    • jij zou uitwaaieren
    • hij/zij/het zou uitwaaieren
    • wij zouden uitwaaieren
    • jullie zouden uitwaaieren
    • zij zouden uitwaaieren
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben uitgewaaierd
    • jij zou hebben uitgewaaierd
    • hij/zij/het zou hebben uitgewaaierd
    • wij zouden hebben uitgewaaierd
    • jullie zouden hebben uitgewaaierd
    • zij zouden hebben uitgewaaierd
  • Imperatief

    • jij waaier uit
    • jullie waaiert uit