Vervoeging van verfomfaaien

Onbepaalde wijs (infinitief): verfomfaaien


Nederlands

Spaans

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik verfomfaai
  • jij verfomfaait
  • hij/zij/het verfomfaait
  • wij verfomfaaien
  • jullie verfomfaaien
  • zij verfomfaaien

Indicativo presente

  • yo ajo
  • ajas
  • él/ella aja
  • nosotros ajamos
  • vosotros ajáis
  • ellos/ellas ajan

Onvoltooid verleden tijd

  • ik verfomfaaide
  • jij verfomfaaide
  • hij/zij/het verfomfaaide
  • wij verfomfaaiden
  • jullie verfomfaaiden
  • zij verfomfaaiden

Indefinido

  • yo ajé
  • ajaste
  • él/ella ajó
  • nosotros ajamos
  • vosotros ajasteis
  • ellos/ellas ajaron

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb verfomfaaid
  • jij hebt verfomfaaid
  • hij/zij/het heeft verfomfaaid
  • wij hebben verfomfaaid
  • jullie hebben verfomfaaid
  • zij hebben verfomfaaid

Pretérito perfecto compuesto

  • yo he ajado
  • has ajado
  • él/ella ha ajado
  • nosotros hemos ajado
  • vosotros habéis ajado
  • ellos/ellas han ajado

Voltooid verleden tijd

  • ik had verfomfaaid
  • jij had verfomfaaid
  • hij/zij/het had verfomfaaid
  • wij hadden verfomfaaid
  • jullie hadden verfomfaaid
  • zij hadden verfomfaaid

Pluscuamperfecto

  • yo había ajado
  • habías ajado
  • él/ella había ajado
  • nosotros habíamos ajado
  • vosotros habíais ajado
  • ellos/ellas habían ajado

Toekomende tijd I

  • ik zal verfomfaaien
  • jij zult verfomfaaien
  • hij/zij/het zal verfomfaaien
  • wij zullen verfomfaaien
  • jullie zullen verfomfaaien
  • zij zullen verfomfaaien

Futuro I

  • yo ajaré
  • ajarás
  • él/ella ajará
  • nosotros ajaremos
  • vosotros ajaréis
  • ellos/ellas ajarán

Toekomende tijd II

  • ik zal verfomfaaid hebben
  • jij zult verfomfaaid hebben
  • hij/zij/het zal verfomfaaid hebben
  • wij zullen verfomfaaid hebben
  • jullie zullen verfomfaaid hebben
  • zij zullen verfomfaaid hebben

Futuro perfecto

  • yo habré ajado
  • habrás ajado
  • él/ella habrá ajado
  • nosotros habremos ajado
  • vosotros habréis ajado
  • ellos/ellas habrán ajado

Conditionalis I

  • ik zou verfomfaaien
  • jij zou verfomfaaien
  • hij/zij/het zou verfomfaaien
  • wij zouden verfomfaaien
  • jullie zouden verfomfaaien
  • zij zouden verfomfaaien

Condicional

  • yo ajaría
  • ajarías
  • él/ella ajaría
  • nosotros ajaríamos
  • vosotros ajaríais
  • ellos/ellas ajarían

Conditionalis II

  • ik zou hebben verfomfaaid
  • jij zou hebben verfomfaaid
  • hij/zij/het zou hebben verfomfaaid
  • wij zouden hebben verfomfaaid
  • jullie zouden hebben verfomfaaid
  • zij zouden hebben verfomfaaid

Condicional perfecto

  • yo habría ajado
  • habrías ajado
  • él/ella habría ajado
  • nosotros habríamos ajado
  • vosotros habríais ajado
  • ellos/ellas habrían ajado

Imperatief

  • jij verfomfaai
  • jullie verfomfaait

Imperativo presente

  • aja
  • vosotros ajad

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van verfomfaaien