Vervoeging van verfomfaaien

Onbepaalde wijs (infinitief): verfomfaaien


Nederlands

Engels

Onvoltooid tegenwoordige tijd

  • ik verfomfaai
  • jij verfomfaait
  • hij/zij/het verfomfaait
  • wij verfomfaaien
  • jullie verfomfaaien
  • zij verfomfaaien

Present

  • I dishevel
  • you dishevel
  • he/she/it dishevels
  • we dishevel
  • you dishevel
  • they dishevel

Onvoltooid verleden tijd

  • ik verfomfaaide
  • jij verfomfaaide
  • hij/zij/het verfomfaaide
  • wij verfomfaaiden
  • jullie verfomfaaiden
  • zij verfomfaaiden

Simple past

  • I disheveled
  • you disheveled
  • he/she/it disheveled
  • we disheveled
  • you disheveled
  • they disheveled

Voltooid tegenwoordige tijd

  • ik heb verfomfaaid
  • jij hebt verfomfaaid
  • hij/zij/het heeft verfomfaaid
  • wij hebben verfomfaaid
  • jullie hebben verfomfaaid
  • zij hebben verfomfaaid

Present perfect

  • I have disheveled
  • you have disheveled
  • he/she/it has disheveled
  • we have disheveled
  • you have disheveled
  • they have disheveled

Voltooid verleden tijd

  • ik had verfomfaaid
  • jij had verfomfaaid
  • hij/zij/het had verfomfaaid
  • wij hadden verfomfaaid
  • jullie hadden verfomfaaid
  • zij hadden verfomfaaid

Past perfect

  • I had disheveled
  • you had disheveled
  • he/she/it had disheveled
  • we had disheveled
  • you had disheveled
  • they had disheveled

Toekomende tijd I

  • ik zal verfomfaaien
  • jij zult verfomfaaien
  • hij/zij/het zal verfomfaaien
  • wij zullen verfomfaaien
  • jullie zullen verfomfaaien
  • zij zullen verfomfaaien

Future

  • I will dishevel
  • you will dishevel
  • he/she/it will dishevel
  • we will dishevel
  • you will dishevel
  • they will dishevel

Toekomende tijd II

  • ik zal verfomfaaid hebben
  • jij zult verfomfaaid hebben
  • hij/zij/het zal verfomfaaid hebben
  • wij zullen verfomfaaid hebben
  • jullie zullen verfomfaaid hebben
  • zij zullen verfomfaaid hebben

Future perfect

  • I will have disheveled
  • you will have disheveled
  • he/she/it will have disheveled
  • we will have disheveled
  • you will have disheveled
  • they will have disheveled

Conditionalis I

  • ik zou verfomfaaien
  • jij zou verfomfaaien
  • hij/zij/het zou verfomfaaien
  • wij zouden verfomfaaien
  • jullie zouden verfomfaaien
  • zij zouden verfomfaaien

Conditional present

  • I would dishevel
  • you would dishevel
  • he/she/it would dishevel
  • we would dishevel
  • you would dishevel
  • they would dishevel

Conditionalis II

  • ik zou hebben verfomfaaid
  • jij zou hebben verfomfaaid
  • hij/zij/het zou hebben verfomfaaid
  • wij zouden hebben verfomfaaid
  • jullie zouden hebben verfomfaaid
  • zij zouden hebben verfomfaaid

Conditional perfect

  • I would have disheveled
  • you would have disheveled
  • he/she/it would have disheveled
  • we would have disheveled
  • you would have disheveled
  • they would have disheveled

Imperatief

  • jij verfomfaai
  • jullie verfomfaait

Imperative

  • you dishevel
  • you dishevel

Verwijzingen

Bekijk 1 definitie(s) van verfomfaaien