Vervoeging van verhinderen

Onbepaalde wijs (infinitief): verhinderen

Er is helaas geen Italiaanse vertaling gevonden.


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik verhinder
    • jij verhindert
    • hij/zij/het verhindert
    • wij verhinderen
    • jullie verhinderen
    • zij verhinderen
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik verhinderde
    • jij verhinderde
    • hij/zij/het verhinderde
    • wij verhinderden
    • jullie verhinderden
    • zij verhinderden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb verhinderd
    • jij hebt verhinderd
    • hij/zij/het heeft verhinderd
    • wij hebben verhinderd
    • jullie hebben verhinderd
    • zij hebben verhinderd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had verhinderd
    • jij had verhinderd
    • hij/zij/het had verhinderd
    • wij hadden verhinderd
    • jullie hadden verhinderd
    • zij hadden verhinderd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal verhinderen
    • jij zult verhinderen
    • hij/zij/het zal verhinderen
    • wij zullen verhinderen
    • jullie zullen verhinderen
    • zij zullen verhinderen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal verhinderd hebben
    • jij zult verhinderd hebben
    • hij/zij/het zal verhinderd hebben
    • wij zullen verhinderd hebben
    • jullie zullen verhinderd hebben
    • zij zullen verhinderd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou verhinderen
    • jij zou verhinderen
    • hij/zij/het zou verhinderen
    • wij zouden verhinderen
    • jullie zouden verhinderen
    • zij zouden verhinderen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben verhinderd
    • jij zou hebben verhinderd
    • hij/zij/het zou hebben verhinderd
    • wij zouden hebben verhinderd
    • jullie zouden hebben verhinderd
    • zij zouden hebben verhinderd
  • Imperatief

    • jij verhinder
    • jullie verhindert