Vervoeging van vulgariseren

Onbepaalde wijs (infinitief): vulgariseren

Er is helaas geen Duitse vertaling gevonden.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik vulgariseer
    • jij vulgariseert
    • hij/zij/het vulgariseert
    • wij vulgariseren
    • jullie vulgariseren
    • zij vulgariseren
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik vulgariseerde
    • jij vulgariseerde
    • hij/zij/het vulgariseerde
    • wij vulgariseerden
    • jullie vulgariseerden
    • zij vulgariseerden
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gevulgariseerd
    • jij hebt gevulgariseerd
    • hij/zij/het heeft gevulgariseerd
    • wij hebben gevulgariseerd
    • jullie hebben gevulgariseerd
    • zij hebben gevulgariseerd
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gevulgariseerd
    • jij had gevulgariseerd
    • hij/zij/het had gevulgariseerd
    • wij hadden gevulgariseerd
    • jullie hadden gevulgariseerd
    • zij hadden gevulgariseerd
  • Toekomende tijd I

    • ik zal vulgariseren
    • jij zult vulgariseren
    • hij/zij/het zal vulgariseren
    • wij zullen vulgariseren
    • jullie zullen vulgariseren
    • zij zullen vulgariseren
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gevulgariseerd hebben
    • jij zult gevulgariseerd hebben
    • hij/zij/het zal gevulgariseerd hebben
    • wij zullen gevulgariseerd hebben
    • jullie zullen gevulgariseerd hebben
    • zij zullen gevulgariseerd hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou vulgariseren
    • jij zou vulgariseren
    • hij/zij/het zou vulgariseren
    • wij zouden vulgariseren
    • jullie zouden vulgariseren
    • zij zouden vulgariseren
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gevulgariseerd
    • jij zou hebben gevulgariseerd
    • hij/zij/het zou hebben gevulgariseerd
    • wij zouden hebben gevulgariseerd
    • jullie zouden hebben gevulgariseerd
    • zij zouden hebben gevulgariseerd
  • Imperatief

    • jij vulgariseer
    • jullie vulgariseert