Vervoeging van weerschijnen

Onbepaalde wijs (infinitief): weerschijnen

Er is helaas geen Duitse vertaling gevonden.


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het weerschijnt
    • zij weerschijnen
  • Onvoltooid verleden tijd

    • hij/zij/het weerscheen
    • zij weerschenen
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • hij/zij/het heeft weerschenen
    • zij hebben weerschenen
  • Voltooid verleden tijd

    • hij/zij/het had weerschenen
    • zij hadden weerschenen
  • Toekomende tijd I

    • hij/zij/het zal weerschijnen
    • zij zult weerschijnen
  • Toekomende tijd II

    • hij/zij/het zal weerschenen hebben
    • zij zult weerschenen hebben
  • Conditionalis I

    • hij/zij/het zal weerschijnen
    • zij zullen weerschijnen
  • Conditionalis II

    • hij/zij/het zal hebben weerschenen
    • zij zullen hebben weerschenen