Vervoeging van wroeten

Er is helaas geen Franse vertaling gevonden.


  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik wroet
    • jij wroet
    • hij/zij/het wroet
    • wij wroeten
    • jullie wroeten
    • zij wroeten
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik wroette
    • jij wroette
    • hij/zij/het wroette
    • wij wroetten
    • jullie wroetten
    • zij wroetten
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gewroet
    • jij hebt gewroet
    • hij/zij/het heeft gewroet
    • wij hebben gewroet
    • jullie hebben gewroet
    • zij hebben gewroet
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gewroet
    • jij had gewroet
    • hij/zij/het had gewroet
    • wij hadden gewroet
    • jullie hadden gewroet
    • zij hadden gewroet
  • Toekomende tijd I

    • ik zal wroeten
    • jij zult wroeten
    • hij/zij/het zal wroeten
    • wij zullen wroeten
    • jullie zullen wroeten
    • zij zullen wroeten
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gewroet hebben
    • jij zult gewroet hebben
    • hij/zij/het zal gewroet hebben
    • wij zullen gewroet hebben
    • jullie zullen gewroet hebben
    • zij zullen gewroet hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou wroeten
    • jij zou wroeten
    • hij/zij/het zou wroeten
    • wij zouden wroeten
    • jullie zouden wroeten
    • zij zouden wroeten
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gewroet
    • jij zou hebben gewroet
    • hij/zij/het zou hebben gewroet
    • wij zouden hebben gewroet
    • jullie zouden hebben gewroet
    • zij zouden hebben gewroet
  • Imperatief

    • jij wroet
    • jullie wroet