Vervoeging van zuipen

Er is helaas geen Spaanse vertaling gevonden.

  • Onvoltooid tegenwoordige tijd

    • ik zuip
    • jij zuipt
    • hij/zij/het zuipt
    • wij zuipen
    • jullie zuipen
    • zij zuipen
  • Onvoltooid verleden tijd

    • ik zoop
    • jij zoop
    • hij/zij/het zoop
    • wij zopen
    • jullie zopen
    • zij zopen
  • Voltooid tegenwoordige tijd

    • ik heb gezopen
    • jij hebt gezopen
    • hij/zij/het heeft gezopen
    • wij hebben gezopen
    • jullie hebben gezopen
    • zij hebben gezopen
  • Voltooid verleden tijd

    • ik had gezopen
    • jij had gezopen
    • hij/zij/het had gezopen
    • wij hadden gezopen
    • jullie hadden gezopen
    • zij hadden gezopen
  • Toekomende tijd I

    • ik zal zuipen
    • jij zult zuipen
    • hij/zij/het zal zuipen
    • wij zullen zuipen
    • jullie zullen zuipen
    • zij zullen zuipen
  • Toekomende tijd II

    • ik zal gezopen hebben
    • jij zult gezopen hebben
    • hij/zij/het zal gezopen hebben
    • wij zullen gezopen hebben
    • jullie zullen gezopen hebben
    • zij zullen gezopen hebben
  • Conditionalis I

    • ik zou zuipen
    • jij zou zuipen
    • hij/zij/het zou zuipen
    • wij zouden zuipen
    • jullie zouden zuipen
    • zij zouden zuipen
  • Conditionalis II

    • ik zou hebben gezopen
    • jij zou hebben gezopen
    • hij/zij/het zou hebben gezopen
    • wij zouden hebben gezopen
    • jullie zouden hebben gezopen
    • zij zouden hebben gezopen
  • Imperatief

    • jij zuip
    • jullie zuipt

Verwijzingen

Bekijk 2 definitie(s) van zuipen