Vertaling van Key

Inhoud:

Engels
Nederlands
key {zn.}
toets
key {zn.}
toonsoort
toonaard
key {zn.}
manipulator
key, wrench {zn.}
sleutel  [m]
Here is my key.
Hier is mijn sleutel.
I lost my key.
Ik heb mijn sleutel verloren.
central, crucial, key {bn.}
essentieel
chief, main, major, principal, dominant, key, peak, prime, senior, staple {bn.}
hoofd-
voornaamste
important, serious, grave, key, significant, weighty, bad {bn.}
belangrijk 
erg
ernstig 
voornaam
zwaar
zwaarwichtig
fundamental, basic, foundational, key {bn.}
fundamenteel 
gamut, key, scale, range {zn.}
toonladder
toonschaal
scala


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Give me the key.

Geeft u me de sleutel.

Here is my key.

Hier is mijn sleutel.

I have lost my key.

Ik heb mijn sleutel verloren.

I have lost the key.

Ik ben de sleutel kwijt.

John took a key from his pocket.

John haalde een sleutel uit zijn zak.

Give me the key to this castle!

Geef me de sleutel van dit slot!

I'm a lock without a key.

Ik ben een slot zonder een sleutel.

I found the key I had been looking for.

Ik heb de sleutel gevonden waar ik naar op zoek was.

Where was it that you found this key?

Waar heb je die sleutel gevonden?

I don't want to give Tom my key.

Ik wil Tom mijn sleutel niet geven.

"Do you know where my key is? I don't see it anywhere." "You must be looking for it with your eyes closed, then, cause it's on the table as always.

"Weet jij waar mijn sleutel is? Ik zie hem nergens." "Dan kijk je zeker met je neus, want hij ligt gewoon op tafel."


Gerelateerd aan Key

key - wrench - central - crucial - chief - main - major - principal - dominant - peak - prime - senior - staple - important - serious