Vertaling van tells
he/she/it tells
hij/zij/het zegt
» meer vervoegingen van zeggen
he/she/it tells
hij/zij/het schrijft voor
» meer vervoegingen van voorschrijven
he/she/it tells
hij/zij/het vertelt
» meer vervoegingen van vertellen
he/she/it tells
hij/zij/het kondigt aan
» meer vervoegingen van aankondigen
he/she/it tells
hij/zij/het differentieert
» meer vervoegingen van differentiëren
mededelen
he/she/it tells
hij/zij/het deelt mee
» meer vervoegingen van meedelen
navertellen
he/she/it tells
hij/zij/het vertelt over
» meer vervoegingen van oververtellen
he/she/it tells
hij/zij/het waarschuwt
» meer vervoegingen van waarschuwen
spreken
uitbrengen
he/she/it tells
hij/zij/het zegt
» meer vervoegingen van zeggen
vertellen
he/she/it tells
hij/zij/het verhaalt
» meer vervoegingen van verhalen
decoreren
he/she/it tells
hij/zij/het onderscheidt
» meer vervoegingen van onderscheiden
Voorbeelden in zinsverband
He tells a lie.
Hij liegt.
Do what he tells you.
Doe wat hij je zegt.
Her story can't be true. She often tells lies.
Haar verhaal kan niet waar zijn. Ze liegt vaak.
The Bible tells us to love our neighbors, and also to love our enemies; probably because they are generally the same people.
De Bijbel draagt ons op om onze naasten én onze vijanden lief te hebben; waarschijnlijk omdat dat in het algemeen dezelfde personen zijn.