Vertaling van order

Inhoud:

Engels
Nederlands
order {zn.}
orde [v]
rangorde [v]
Everything's in order here.
Hier is alles in orde.
I want you to put the room in order quickly.
Ik wens dat ge de kamer vlug in orde brengt.
order, congregation {zn.}
orde [v]
kloosterorde [v]
ereteken [o]
decoratie [v]
ridderorde [v]
In general, little is known about nonlinear second order differential equations.
Over het algemeen weet men maar weinig over niet-lineaire differentiaalvergelijkingen van de tweede orde.
order, procurement, booking {zn.}
aanvraag  [v]
bestelling  [v]
order
order, run, sequence, series, succession {zn.}
volgorde [v]
aaneenschakeling  [v]
opeenvolging [v]
The files are in proper order.
De bestanden staan in de juiste volgorde.
Put the words in alphabetical order.
Zet de woorden op alfabetische volgorde.
to order {ww.}
bestellen

I order
you order
we order

ik bestel
jij bestelt
wij bestellen
» meer vervoegingen van bestellen

to book, to order, to procure {ww.}
aanvragen 
bestellen 

I order
you order
we order

ik vraag aan
jij vraagt aan
wij vragen aan
» meer vervoegingen van aanvragen

to order {ww.}
aanvragen

I order
you order
we order

ik vraag aan
jij vraagt aan
wij vragen aan
» meer vervoegingen van aanvragen

to command, to order, to tell, to dictate {ww.}
verordenen
gelasten 
bevelen
sommeren
voorschrijven

I order
you order
we order

ik verorden
jij verordent
wij verordenen
» meer vervoegingen van verordenen

to be in command, to command, to order {ww.}
commanderen
aanvoeren
bevelen
het bevel voeren

I order
you order
we order

ik commandeer
jij commandeert
wij commanderen
» meer vervoegingen van commanderen

to arrange, to put in order, to tidy, to categorize, to collate, to order, to sort {ww.}
inrichten
schikken 
regelen 
opruimen
ruimen 
terechtbrengen

I order
you order
we order

ik richt in
jij richt in
wij richten in
» meer vervoegingen van inrichten

command, order, commandment {zn.}
bevel  [o]
verordening [v]
bevelschrift  [o]
sommatie [v]
gebod  [o]
order
to dictate, to order, to prescribe {ww.}
recepteren

I order
you order
we order

ik recepteer
jij recepteert
wij recepteren
» meer vervoegingen van recepteren

to consecrate, to ordain, to order, to ordinate {ww.}
ordineren

I order
you order
we order

ik ordineer
jij ordineert
wij ordineren
» meer vervoegingen van ordineren

to govern, to order, to regularise, to regularize, to regulate {ww.}
regelen

I order
you order
we order

ik regel
jij regelt
wij regelen
» meer vervoegingen van regelen

to grade, to order, to place, to range, to rank, to rate {ww.}
inschalen

I order
you order
we order

ik schaal in
jij schaalt in
wij schalen in
» meer vervoegingen van inschalen

to govern, to order, to regularise, to regularize, to regulate {ww.}
reglementeren

I order
you order
we order

ik reglementeer
jij reglementeert
wij reglementeren
» meer vervoegingen van reglementeren

to govern, to order, to regularise, to regularize, to regulate {ww.}
regulariseren

I order
you order
we order

ik regulariseer
jij regulariseert
wij regulariseren
» meer vervoegingen van regulariseren

to arrange, to order, to put, to set up {ww.}
ordenen
rangschikken
structureren
schikken

I order
you order
we order

ik orden
jij ordent
wij ordenen
» meer vervoegingen van ordenen

to grade, to order, to place, to range, to rank, to rate {ww.}
plaatsen

I order
you order
we order

ik plaats
jij plaatst
wij plaatsen
» meer vervoegingen van plaatsen

to dictate, to order, to prescribe {ww.}
verordenen
decreteren
verordineren

I order
you order
we order

ik verorden
jij verordent
wij verordenen
» meer vervoegingen van verordenen

to dictate, to order, to prescribe {ww.}
dicteren

I order
you order
we order

ik dicteer
jij dicteert
wij dicteren
» meer vervoegingen van dicteren


Voorbeelden in zinsverband

Engels
Nederlands

Everything's in order here.

Hier is alles in orde.

Let's order Chinese takeout.

Laten we Chinees bestellen.

The files are in proper order.

De bestanden staan in de juiste volgorde.

Are you ready to order now?

Bent u nu klaar om te bestellen?

This clock is out of order.

Deze klok doet het niet.

The phone was out of order again.

De telefoon deed het weer niet.

This telephone is out of order.

Deze telefoon doet het niet.

Put the words in alphabetical order.

Zet de woorden op alfabetische volgorde.

Tom doesn't know what to order.

Tom weet niet wat te bestellen.

The machine is out of order.

De machine is buiten bedrijf.

I want you to put the room in order quickly.

Ik wens dat ge de kamer vlug in orde brengt.

She went to Paris in order to study art.

Ze ging naar Parijs om kunst te studeren.

In order to do that, you have to take risks.

Om dat te doen, moet je risico's nemen.

I studied really hard in order to pass the exam.

Ik heb heel hard geleerd om het examen te halen.

I would like to order some food

Ik wil graag wat eten bestellen


Gerelateerd aan order

congregation - procurement - booking - run - sequence - series - succession - book - procure - command - tell - dictate - be in command - arrange - put in orderbespeak - fix - bless - determine - assort - govern - lay - alter - say