Betekenis van:
spreken met
Werkwoord
Voorbeeldzinnen
- Kan ik met Pedro spreken?
- Ik zou graag met John spreken.
- Ik zou graag met John spreken.
- Stop met spreken en luister naar mij.
- Zijn zuster kan vandaag niet met u spreken.
- Als je echt met me spreken wilt, is het nu of nooit.
- Als iemand die je achtergrond niet kent zegt dat je klinkt als een moedertaalspreker betekent dat dat diegene waarschijnlijk iets in je spreken opgemerkt heeft dat hem deed realiseren dat je geen moedertaalspreker bent. Met andere woorden, je klinkt niet echt als een moedertaalspreker.
- De verplichting tot samenwerking vloeit voort uit de eis dat de Gemeenschap internationaal met één stem moet spreken.
- Daar de zittingszalen zijn voorzien van een automatische geluidsversterking, wordt eenieder die het woord neemt, verzocht op de microfoonknop te drukken alvorens met spreken te beginnen.
- De bevoegde autoriteiten spreken voor de toepassing van de punten 45 tot en met 47 pas een gunstig oordeel uit indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- Met betrekking tot financiële analisten kan de groep worden verzocht zich uit te spreken over de vraag of de bestaande wettelijk voorschriften volstaan.
- De Commissie heeft bijgevolg niet de kans gekregen om zich uit te spreken over de verenigbaarheid van de betrokken regeling met de staatssteunregels.
- Het is dus nodig dat deze personen met elkaar spreken om tot een overeenkomst, of ten minste een consensus, te komen.
- Volgens de Turkse producent/exporteur kan men niet spreken van slechts één soort penta met drie kwaliteiten: mono, technisch en nitrering.
- In geen geval kunnen na afloop van het onderzoek conclusies worden getrokken waarin een ECB-werknemer of een deelnemer aan een besluitvormend orgaan met name wordt genoemd zonder dat de betrokkenen in de gelegenheid zijn gesteld zich over alle hen betreffende feiten uit te spreken, waaronder alle feiten die tegen hen spreken.