Betekenis van:
uitspreken

uitspreken
Werkwoord
  • in spraakklanken weergeven
"een woord uitspreken"

Hyperoniemen

Hyponiemen

uitspreken
Werkwoord
  • ten einde spreken
"laat me nu toch uitspreken!"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

uitspreken
Werkwoord
  • zich verklaren, een uitspraak doen
"zich uitspreken voor/tegen [een fusie/vervroegde verkiezingen]"

Hyperoniemen

Hyponiemen

uitspreken
Werkwoord
  • het geschreven woord in klank omzetten
"De ij en de ei worden hetzelfde uitgesproken."
uitspreken
Werkwoord
  • ''zich ~:'' een beslissing mededelen
"De rechtbank heeft zich daarover nog niet uitgesproken."