Betekenis van:
advent

advent
Zelfstandig naamwoord
  • aanstaande partner; verloofde
  • arrival that has been awaited (especially of something momentous)
"the advent of the computer"

Synoniemen

Hyperoniemen

advent
Zelfstandig naamwoord
  • de besloten tijd van voorbereiding voor het kerstfeest, de vier weken voor Kerstmis
  • the season including the four Sundays preceding Christmas

Hyperoniemen

advent
Zelfstandig naamwoord
    • (Christian theology) the reappearance of Jesus as judge for the Last Judgment

    Synoniemen