Betekenis van:
period

period
Zelfstandig naamwoord
(ice hockey) one of three divisions into which play is divided in hockey games

Hyperoniemen

period
Zelfstandig naamwoord
the interval taken to complete one cycle of a regularly repeating phenomenon

Hyperoniemen

Hyponiemen

period
Zelfstandig naamwoord
the end or completion of something

Hyperoniemen

period
Zelfstandig naamwoord
the monthly discharge of blood from the uterus of nonpregnant women from puberty to menopause

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

period
Zelfstandig naamwoord
vaginaal bloeden
the monthly discharge of blood from the uterus of nonpregnant women from puberty to menopause

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

period
Zelfstandig naamwoord
leesteken zoals aan het eind v.e. zin
a punctuation mark (.) placed at the end of a declarative sentence to indicate a full stop or after abbreviations

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

period
Zelfstandig naamwoord
door een gedenkwaardige gebeurtenis of reeks van gebeurtenissen gekenmerkt tijdvak
a unit of geological time during which a system of rocks formed

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

period
Zelfstandig naamwoord
als eenheid beschouwde, begrensde tijd
a unit of geological time during which a system of rocks formed

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen