Betekenis van:
bloom

to bloom
Werkwoord
  • groter worden
  • produce or yield flowers
"The cherry tree bloomed"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to bloom
Werkwoord
  • bloesem dragen
  • produce or yield flowers
"The cherry tree bloomed"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to bloom
Werkwoord
  • knoppen
  • produce or yield flowers
"The cherry tree bloomed"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

bloom
Zelfstandig naamwoord
  • voortplantingsorgaan van planten
  • reproductive organ of angiosperm plants especially one having showy or colorful parts

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

bloom
Zelfstandig naamwoord
  • één enkel bloemetje van een tros
  • reproductive organ of angiosperm plants especially one having showy or colorful parts

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

bloom
Zelfstandig naamwoord
  • blos van schaamte
  • a rosy color (especially in the cheeks) taken as a sign of good health

Synoniemen

Hyperoniemen

bloom
Zelfstandig naamwoord
  • al de bloemen van een plant of boom
  • reproductive organ of angiosperm plants especially one having showy or colorful parts

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

bloom
Zelfstandig naamwoord
  • tijd van ontplooiing; bloeitijd
  • the period of greatest prosperity or productivity

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

bloom
Zelfstandig naamwoord
  • fleur
  • the organic process of bearing flowers
"you will stop all bloom if you let the flowers go to seed"

Synoniemen

Hyperoniemen

bloom
Zelfstandig naamwoord
  • waas, rijp
  • the organic process of bearing flowers
"you will stop all bloom if you let the flowers go to seed"

Synoniemen

Hyperoniemen

bloom
Zelfstandig naamwoord
  • bloeiperiode
  • the period of greatest prosperity or productivity

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

bloom
Zelfstandig naamwoord
    • the best time of youth

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    bloom
    Zelfstandig naamwoord
    • efflorescentie
    • a powdery deposit on a surface

    Synoniemen

    Hyperoniemen