Betekenis van:
agenda

agenda
Zelfstandig naamwoord
  • opsomming van gebeurtenissen
  • a temporally organized plan for matters to be attended to

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

agenda
Zelfstandig naamwoord
  • vastgestelde opeenvolging van de verschillende handelingen bij officiële beraadslagingen enz.
  • a list of matters to be taken up (as at a meeting)

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

agenda
Zelfstandig naamwoord
  • spreiding van activiteiten over de dag
  • a temporally organized plan for matters to be attended to

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

agenda
Zelfstandig naamwoord
  • planning voor taken of gebeurtenissen; tijdsplanning; planning
  • a temporally organized plan for matters to be attended to

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

agenda
Zelfstandig naamwoord
  • lijst waarop de verschillende bestanddelen van een bedrag, een som geld, een hoeveelheid waren enz. elk afzonderlijk in zekere orde opgegeven staan
  • a list of matters to be taken up (as at a meeting)

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

agenda
Zelfstandig naamwoord
  • lijst van onderwerpen
  • a temporally organized plan for matters to be attended to

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

agenda
Zelfstandig naamwoord
  • agenda
  • a book containing a calendar and space to keep a record of appointments

Synoniemen

Hyperoniemen

agenda
Zelfstandig naamwoord
  • douanebriefje
  • a list of matters to be taken up (as at a meeting)

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen