Betekenis van:
schedule

schedule
Zelfstandig naamwoord
an ordered list of times at which things are planned to occur

Hyperoniemen

Hyponiemen

schedule
Zelfstandig naamwoord
overzichtelijke lijst met gegevens; lijst met uitkomsten van sommen
an ordered list of times at which things are planned to occur

Hyperoniemen

Hyponiemen

schedule
Zelfstandig naamwoord
overzicht v.d. prijzen
an ordered list of times at which things are planned to occur

Hyperoniemen

Hyponiemen

schedule
Zelfstandig naamwoord
lijst van onderwerpen
a temporally organized plan for matters to be attended to

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

schedule
Zelfstandig naamwoord
planning voor taken of gebeurtenissen; tijdsplanning; planning
a temporally organized plan for matters to be attended to

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

schedule
Zelfstandig naamwoord
spreiding van activiteiten over de dag
a temporally organized plan for matters to be attended to

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

schedule
Zelfstandig naamwoord
opsomming van gebeurtenissen
a temporally organized plan for matters to be attended to

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to schedule
Werkwoord
make a schedule; plan the time and place for events

Hyperoniemen

Hyponiemen

to schedule
Werkwoord
opnemen in een rooster
plan for an activity or event

Hyperoniemen

Hyponiemen