Betekenis van:
schedule

to schedule
Werkwoord
  • opnemen in een rooster
  • plan for an activity or event
"I've scheduled a concert next week"

Hyperoniemen

Hyponiemen

to schedule
Werkwoord
    • make a schedule; plan the time and place for events
    "I scheduled an exam for this afternoon"

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    schedule
    Zelfstandig naamwoord
    • overzicht v.d. prijzen
    • an ordered list of times at which things are planned to occur

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    schedule
    Zelfstandig naamwoord
    • overzichtelijke lijst met gegevens; lijst met uitkomsten van sommen
    • an ordered list of times at which things are planned to occur

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    schedule
    Zelfstandig naamwoord
    • opsomming van gebeurtenissen
    • a temporally organized plan for matters to be attended to

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    schedule
    Zelfstandig naamwoord
    • spreiding van activiteiten over de dag
    • a temporally organized plan for matters to be attended to

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    schedule
    Zelfstandig naamwoord
    • planning voor taken of gebeurtenissen; tijdsplanning; planning
    • a temporally organized plan for matters to be attended to

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    schedule
    Zelfstandig naamwoord
    • lijst van onderwerpen
    • a temporally organized plan for matters to be attended to

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    schedule
    Zelfstandig naamwoord
    • cedel, ceel
    • an ordered list of times at which things are planned to occur

    Hyperoniemen

    Hyponiemen