Betekenis van:
agent

agent
Zelfstandig naamwoord
  • (afgevaardigd) leider v.e. bedrijf
  • a businessman who buys or sells for another in exchange for a commission

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

agent
Zelfstandig naamwoord
  • iem. die een onderneming of vereniging vertegenwoordigt
  • a representative who acts on behalf of other persons or organizations

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

agent
Zelfstandig naamwoord
  • iem. zonder bepaalde titel of rang in diplomatieke of politieke dienst
  • a representative who acts on behalf of other persons or organizations

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

agent
Zelfstandig naamwoord
  • iem. die voor artiesten, beroepssportlui enz. zakelijke belangen behartigt
  • a representative who acts on behalf of other persons or organizations

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

agent
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die aan winkels verkoopt; vertegenwoordiger v.d. bedrijf; vertegenwoordiger
  • a businessman who buys or sells for another in exchange for a commission

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

agent
Zelfstandig naamwoord
    • an active and efficient cause; capable of producing a certain effect
    "their research uncovered new disease agents"

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    agent
    Zelfstandig naamwoord
    • makelaar
    • a businessman who buys or sells for another in exchange for a commission

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    agent
    Zelfstandig naamwoord
    • commissionair
    • a businessman who buys or sells for another in exchange for a commission

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    agent
    Zelfstandig naamwoord
      • the semantic role of the animate entity that instigates or causes the happening denoted by the verb in the clause

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      agent
      Zelfstandig naamwoord
        • any agent or representative of a federal agency or bureau

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen