Betekenis van:
anchor

Zelfstandig naamwoord

anchor
iemand die centraal staat; middelpunt waarrond iets draait
a central cohesive source of support and stability

Synoniemen

Hyperoniemen

anchor
persoon die als laatste iets redigeert
a television reporter who coordinates a broadcast to which several correspondents contribute

Synoniemen

Hyperoniemen

anchor
ijzeren balk om een schip stil te leggen
a mechanical device that prevents a vessel from moving

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord

anchor
voor anker leggen
secure a vessel with an anchor

Synoniemen

Hyperoniemen

anchor
fix firmly and stably

Synoniemen

Hyperoniemen

anchor
fix firmly and stably

Synoniemen

Hyperoniemen