Betekenis van:
assembly

assembly
Zelfstandig naamwoord
  • het samenkomen van twee of meer personen, met een bepaald doel op een bepaalde tijd
  • the social act of assembling
"they demanded the right of assembly"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

assembly
Zelfstandig naamwoord
  • product van het in elkaar zetten
  • the act of constructing something (as a piece of machinery)

Synoniemen

Hyperoniemen

assembly
Zelfstandig naamwoord
  • ontmoetingsplek
  • a public facility to meet for open discussion

Synoniemen

Hyperoniemen

assembly
Zelfstandig naamwoord
  • assemblée, volksvergadering
  • the act of constructing something (as a piece of machinery)

Synoniemen

Hyperoniemen

assembly
Zelfstandig naamwoord
    • a group of machine parts that fit together to form a self-contained unit

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    assembly
    Zelfstandig naamwoord
      • a group of persons who are gathered together for a common purpose

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      assembly
      Zelfstandig naamwoord
      • ontmoetingsplaats, ontmoetingspunt, verzamelpunt, trefpunt
      • a public facility to meet for open discussion

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      assembly
      Zelfstandig naamwoord
        • a unit consisting of components that have been fitted together

        Hyperoniemen