Betekenis van:
breadth

breadth
Zelfstandig naamwoord
  • afstand
  • the extent of something from side to side

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

breadth
Zelfstandig naamwoord
  • grote oppervlakte
  • the extent of something from side to side

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

breadth
Zelfstandig naamwoord
    • the capacity to understand a broad range of topics
    "a teacher must have a breadth of knowledge of the subject"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    breadth
    Zelfstandig naamwoord
    • rokpand
    • the extent of something from side to side

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    breadth
    Zelfstandig naamwoord
    • wijdte
    • the extent of something from side to side

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    breadth
    Zelfstandig naamwoord
    • breedte
    • the extent of something from side to side

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    breadth
    Zelfstandig naamwoord
    • rokpand, rokspand
    • the extent of something from side to side

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen