Betekenis van:
breast

breast
Zelfstandig naamwoord
  • deel v.d. romp; beenderen v.h. bovenlichaam; borstkas
  • the front of the trunk from the neck to the abdomen
"he beat his breast in anger"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

breast
Zelfstandig naamwoord
  • het min of meer gewelfde deel tussen hals en middenrif van een menselijk of dierlijk lichaam waar de ademhalingsorganen zetelen
  • the front of the trunk from the neck to the abdomen
"he beat his breast in anger"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

breast
Zelfstandig naamwoord
    • the part of an animal's body that corresponds to a person's chest

    Hyperoniemen

    breast
    Zelfstandig naamwoord
      • meat carved from the breast of a fowl

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      breast
      Zelfstandig naamwoord
      • borst, mem, memmen, pram, tiet
      • either of two soft fleshy milk-secreting glandular organs on the chest of a woman

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      to breast
      Werkwoord
        • confront bodily
        "breast the storm"

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to breast
        Werkwoord
          • reach the summit (of a mountain)
          "They breasted the mountain"

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          to breast
          Werkwoord
            • meet at breast level
            "The runner breasted the tape"

            Hyperoniemen