Betekenis van:
catching

catching
Bijvoeglijk naamwoord
  • (van toestanden, gewoonten e.d.) navolging opwekkend
  • (of disease) capable of being transmitted by infection

Synoniemen

Hyperoniemen

catching
Bijvoeglijk naamwoord
  • gemakkelijk vies, bevuild kunnende worden
  • (of disease) capable of being transmitted by infection

Synoniemen

Hyperoniemen

catching
Bijvoeglijk naamwoord
  • navolging opwekkend
  • (of disease) capable of being transmitted by infection

Synoniemen

Hyperoniemen

catching
Bijvoeglijk naamwoord
  • overerfelijk
  • (of disease) capable of being transmitted by infection

Synoniemen

Hyperoniemen

catching
Zelfstandig naamwoord
  • het vervangen
  • the act of detecting something; catching sight of something

Synoniemen

Hyperoniemen

catching
Zelfstandig naamwoord
    • becoming infected
    "catching cold is sometimes unavoidable"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    catching
    Zelfstandig naamwoord
      • (baseball) playing the position of catcher on a baseball team

      Hyperoniemen

      Werkwoord