Betekenis van:
ceiling

ceiling
Zelfstandig naamwoord
  • afdekking v.e. kamer aan de bovenzijde
  • the overhead upper surface of a covered space
"he hated painting the ceiling"

Hyperoniemen

Hyponiemen

ceiling
Zelfstandig naamwoord
  • bovenkant v.e. kamer; afdekking v.e. kamer aan de bovenzijde
  • the overhead upper surface of a covered space
"he hated painting the ceiling"

Hyperoniemen

Hyponiemen

ceiling
Zelfstandig naamwoord
  • bovengrens v.e. bepaalde eenheid; grens naar boven; bovengrens
  • an upper limit on what is allowed
"he put a ceiling on the number of women who worked for him"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

ceiling
Zelfstandig naamwoord
  • strafkorting
  • an upper limit on what is allowed
"he put a ceiling on the number of women who worked for him"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

ceiling
Zelfstandig naamwoord
  • buikdenning
  • maximum altitude at which a plane can fly (under specified conditions)

Hyperoniemen

Hyponiemen

ceiling
Zelfstandig naamwoord
  • hoogtegrens
  • maximum altitude at which a plane can fly (under specified conditions)

Hyperoniemen

Hyponiemen

ceiling
Zelfstandig naamwoord
    • (meteorology) altitude of the lowest layer of clouds

    Hyperoniemen

    Werkwoord