Betekenis van:
commonplace

commonplace
Bijvoeglijk naamwoord
  • (van personen) uitgeput
  • repeated too often; overfamiliar through overuse
"his remarks were trite and commonplace"

Synoniemen

Hyperoniemen

commonplace
Bijvoeglijk naamwoord
    • completely ordinary and unremarkable
    "air travel has now become commonplace"
    "commonplace everyday activities"
    commonplace
    Bijvoeglijk naamwoord
    • banaal, triviaal
    • repeated too often; overfamiliar through overuse
    "his remarks were trite and commonplace"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    commonplace
    Bijvoeglijk naamwoord
      • not challenging; dull and lacking excitement

      Synoniemen

      commonplace
      Zelfstandig naamwoord
      • veelvuldig gebruikt gezegde waarvan men de oorspronkelijke kracht niet meer voelt
      • a trite or obvious remark

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      commonplace
      Zelfstandig naamwoord
      • smoes om iets mee af te doen
      • a trite or obvious remark

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      commonplace
      Zelfstandig naamwoord
      • broomkali, broom
      • a trite or obvious remark

      Synoniemen

      Hyperoniemen