Betekenis van:
conservative

conservative
Bijvoeglijk naamwoord
  • behoudend; conservatief
  • resistant to change
conservative
Bijvoeglijk naamwoord
  • conservatief
  • conforming to the standards and conventions of the middle class

Synoniemen

Hyperoniemen

conservative
Bijvoeglijk naamwoord
  • sociaal gezien zich op zijn plaats voelend
  • conforming to the standards and conventions of the middle class

Synoniemen

Hyperoniemen

conservative
Bijvoeglijk naamwoord
  • een zo gering mogelijke overheidsbemoeienis met het maatschappelijk leven voorstaand
  • conforming to the standards and conventions of the middle class

Synoniemen

conservative
Bijvoeglijk naamwoord
  • mbt. materialisme
  • conforming to the standards and conventions of the middle class

Synoniemen

conservative
Bijvoeglijk naamwoord
    • avoiding excess
    "a conservative estimate"

    Synoniemen

    conservative
    Bijvoeglijk naamwoord
      • having social or political views favoring conservatism
      conservative
      Bijvoeglijk naamwoord
      • materialistisch
      • conforming to the standards and conventions of the middle class

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      conservative
      Bijvoeglijk naamwoord
        • unimaginatively conventional

        Synoniemen

        conservative
        Zelfstandig naamwoord
        • aanhanger van de liberale staatsinrichting, lid van een partij van die beginselen
        • a person who is reluctant to accept changes and new ideas

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        conservative
        Zelfstandig naamwoord
        • aanhanger van een conservatieve partij
        • a person who is reluctant to accept changes and new ideas

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        conservative
        Zelfstandig naamwoord
        • vrijzinnige op kerkelijk gebied
        • a person who is reluctant to accept changes and new ideas

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        conservative
        Zelfstandig naamwoord
        • conservatieveling
        • a person who is reluctant to accept changes and new ideas

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        conservative
        Zelfstandig naamwoord
          • a member of a Conservative Party

          Hyperoniemen


          Voorbeeldzinnen

          1. You're conservative.
          2. Most Englishmen are conservative.
          3. Tom is very conservative.
          4. They were conservative men.
          5. Tom is conservative.
          6. My opinion is somewhat conservative.
          7. Tom used to be conservative.
          8. Taft had become very conservative.
          9. His father is conservative and old-fashioned.
          10. He is conservative in his habits.
          11. Many conservative Americans agreed with him.
          12. Englishmen are, on the whole, conservative.
          13. On the whole, the Japanese are conservative.
          14. Her father is conservative and old-fashioned.
          15. The English are generally a conservative people.