Betekenis van:
cutter

cutter
Zelfstandig naamwoord
  • vissersboot
  • a sailing vessel with a single mast set further back than the mast of a sloop

Hyperoniemen

cutter
Zelfstandig naamwoord
  • landbouwwerktuig
  • a cutting implement; a tool for cutting

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

cutter
Zelfstandig naamwoord
  • cutter
  • someone whose work is cutting (as e.g. cutting cloth for garments)

Hyperoniemen

Hyponiemen

cutter
Zelfstandig naamwoord
    • someone who cuts or carves stone

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    cutter
    Zelfstandig naamwoord
    • pinas
    • a boat for communication between ship and shore

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    cutter
    Zelfstandig naamwoord
    • pinas
    • a boat for communication between ship and shore

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    cutter
    Zelfstandig naamwoord
    • kustwachter
    • a sailing vessel with a single mast set further back than the mast of a sloop

    Hyperoniemen

    cutter
    Zelfstandig naamwoord
    • frees
    • a sailing vessel with a single mast set further back than the mast of a sloop

    Hyperoniemen

    cutter
    Zelfstandig naamwoord
    • slangewagen, slangenwagen
    • a boat for communication between ship and shore

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    cutter
    Zelfstandig naamwoord
    • cutter
    • a cutting implement; a tool for cutting

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    cutter
    Zelfstandig naamwoord
    • snijwerktuig, snijinstrument
    • a cutting implement; a tool for cutting

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    cutter
    Zelfstandig naamwoord
      • someone who carves the meat

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      cutter
      Zelfstandig naamwoord
      • snijkop, cutter
      • a cutting implement; a tool for cutting

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen