Betekenis van:
deaf

deaf
Bijvoeglijk naamwoord
  • hardhorend; slechthorend
  • lacking or deprived of the sense of hearing wholly or in part

Hyperoniemen

deaf
Bijvoeglijk naamwoord
  • slechthorend
  • lacking or deprived of the sense of hearing wholly or in part

Hyperoniemen

deaf
Bijvoeglijk naamwoord
    • (usually followed by `to') unwilling or refusing to pay heed
    "deaf to her warnings"

    Synoniemen

    deaf
    Bijvoeglijk naamwoord
    • gehoorgestoord
    • lacking or deprived of the sense of hearing wholly or in part

    Hyperoniemen

    to deaf
    Werkwoord
      • make or render deaf
      "a deafening noise"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      deaf
      Zelfstandig naamwoord
        • people who have severe hearing impairments
        "many of the deaf use sign language"

        Hyperoniemen