Betekenis van:
domestic

domestic
Bijvoeglijk naamwoord
  • met aanleg voor het huishouden
  • produced in a particular country
"domestic wine"
"domestic oil"

Hyperoniemen

domestic
Bijvoeglijk naamwoord
  • mbt. dagelijkse aangelegenheden
  • of or involving the home or family
"domestic worries"
"domestic happiness"

Hyperoniemen

domestic
Bijvoeglijk naamwoord
  • de huishouding betreffend
  • produced in a particular country
"domestic wine"
"domestic oil"
domestic
Bijvoeglijk naamwoord
  • mbt. gezin, huishouden
  • produced in a particular country
"domestic wine"
"domestic oil"
domestic
Bijvoeglijk naamwoord
    • of concern to or concerning the internal affairs of a nation
    "domestic issues such as tax rate and highway construction"
    domestic
    Bijvoeglijk naamwoord
      • of or relating to the home
      "domestic servant"
      "domestic science"
      domestic
      Bijvoeglijk naamwoord
        • converted or adapted to domestic use
        "domestic animals"
        "domesticated plants like maize"

        Synoniemen

        domestic
        Zelfstandig naamwoord
        • huisknecht; bediende in huis
        • a servant who is paid to perform menial tasks around the household

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen