Betekenis van:
drool

drool
Zelfstandig naamwoord
  • onbelangrijk praatje; kletspraatje
  • pretentious or silly talk or writing

Synoniemen

Hyperoniemen

drool
Zelfstandig naamwoord
  • speeksel
  • saliva spilling from the mouth

Synoniemen

Hyperoniemen

drool
Zelfstandig naamwoord
  • gekwijl
  • saliva spilling from the mouth

Synoniemen

Hyperoniemen

drool
Zelfstandig naamwoord
  • beuzelpraatje
  • pretentious or silly talk or writing

Synoniemen

Hyperoniemen

drool
Zelfstandig naamwoord
  • kolder
  • pretentious or silly talk or writing

Synoniemen

Hyperoniemen

to drool
Werkwoord
  • kwijlen
  • let saliva drivel from the mouth
"The baby drooled"

Synoniemen

Hyperoniemen

to drool
Werkwoord
    • be envious, desirous, eager for, or extremely happy about something

    Synoniemen

    Hyperoniemen