Betekenis van:
dumb

dumb
Bijvoeglijk naamwoord
    • lacking the power of human speech
    "dumb animals"
    dumb
    Bijvoeglijk naamwoord
      • temporarily incapable of speaking
      "struck dumb"

      Synoniemen

      dumb
      Bijvoeglijk naamwoord
        • slow to learn or understand; lacking intellectual acuity
        "dumb officials make some really dumb decisions"

        Synoniemen

        dumb
        Bijvoeglijk naamwoord
          • unable to speak because of hereditary deafness

          Synoniemen