Betekenis van:
dwelling

dwelling
Zelfstandig naamwoord
  • plek waar je woont; eigen plek waar je je thuis voelt; een eigen plek; honk
  • housing that someone is living in
"he built a modest dwelling near the pond"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

dwelling
Zelfstandig naamwoord
  • wettige woonplaats
  • housing that someone is living in
"he built a modest dwelling near the pond"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

dwelling
Zelfstandig naamwoord
  • gebouw waarin je woont; plek om te wonen; huis; plek, gelegenheid om te wonen; onderkomen
  • housing that someone is living in
"he built a modest dwelling near the pond"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

Werkwoord