Betekenis van:
ear

ear
Zelfstandig naamwoord
  • hoorvermogen
  • good hearing
"he had a keen ear"
"a good ear for pitch"

Hyperoniemen

ear
Zelfstandig naamwoord
  • uitwendige deel v.h. oor; uitwendig deel v.h. oor
  • the externally visible cartilaginous structure of the external ear

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

ear
Zelfstandig naamwoord
    • attention to what is said
    "he tried to get her ear"

    Hyperoniemen

    ear
    Zelfstandig naamwoord
    • oor, gehoororgaan
    • the sense organ for hearing and equilibrium

    Hyperoniemen

    ear
    Zelfstandig naamwoord
    • gehooropening
    • the sense organ for hearing and equilibrium

    Hyperoniemen

    ear
    Zelfstandig naamwoord
    • aar, korenaar
    • fruiting spike of a cereal plant especially corn

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen