Betekenis van:
favour

favour
Zelfstandig naamwoord
  • welwillendheid
  • an act of gracious kindness

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

favour
Zelfstandig naamwoord
  • gunst, gunstbewijs, genade
  • an act of gracious kindness

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

favour
Zelfstandig naamwoord
    • an inclination to approve

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    favour
    Zelfstandig naamwoord
      • an advantage to the benefit of someone or something

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      favour
      Zelfstandig naamwoord
        • a feeling of favorable regard

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        favour
        Zelfstandig naamwoord
          • souvenir consisting of a small gift given to a guest at a party

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          to favour
          Werkwoord
          • voortrekken
          • bestow a privilege upon

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          to favour
          Werkwoord
          • tot sieraad zijn
          • consider as the favorite

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          to favour
          Werkwoord
          • eerbied hebben voor
          • consider as the favorite

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          to favour
          Werkwoord
          • voortrekken
          • promote over another

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          to favour
          Werkwoord
          • begunstigen, favoriseren, zegenen
          • bestow a privilege upon

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          to favour
          Werkwoord
            • treat gently or carefully

            Synoniemen

            Hyperoniemen