Betekenis van:
graze

graze
Zelfstandig naamwoord
  • schot dat slechts zijdelings raakt
  • the act of grazing

Synoniemen

Hyperoniemen

graze
Zelfstandig naamwoord
  • streepvormige, ondiepe huidverwonding
  • a superficial abrasion

Hyperoniemen

to graze
Werkwoord
  • laten grazen
  • let feed in a field or pasture or meadow

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to graze
Werkwoord
  • met gras voeden
  • feed as in a meadow or pasture

Synoniemen

Hyperoniemen

to graze
Werkwoord
  • in grasland gras eten
  • let feed in a field or pasture or meadow

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to graze
Werkwoord
  • schrammen
  • break the skin (of a body part) by scraping
"She was grazed by the stray bullet"

Hyperoniemen

to graze
Werkwoord
  • schampen
  • scrape gently
"graze the skin"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to graze
Werkwoord
  • vouwen
  • scrape gently
"graze the skin"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to graze
Werkwoord
  • beweiden
  • feed as in a meadow or pasture

Synoniemen

Hyperoniemen

to graze
Werkwoord
    • eat lightly, try different dishes

    Synoniemen

    Hyperoniemen