Betekenis van:
guest

guest
Zelfstandig naamwoord
  • gast
  • a visitor to whom hospitality is extended

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

guest
Zelfstandig naamwoord
  • gast voor de nacht; iemand die blijft overnachten
  • a visitor to whom hospitality is extended

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

guest
Zelfstandig naamwoord
  • persoon voor wie men iets betaalt
  • a visitor to whom hospitality is extended

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

guest
Zelfstandig naamwoord
  • meegenomen bezoeker
  • a visitor to whom hospitality is extended

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

guest
Zelfstandig naamwoord
  • iem. die, meestal daartoe uitgenodigd, bij iem. blijft eten of slapen
  • a visitor to whom hospitality is extended

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

guest
Zelfstandig naamwoord
  • gast in een pension
  • a visitor to whom hospitality is extended

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

guest
Zelfstandig naamwoord
    • a customer of a hotel or restaurant etc.

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    guest
    Zelfstandig naamwoord
      • (computer science) any computer that is hooked up to a computer network

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      guest
      Zelfstandig naamwoord
        • United States journalist (born in England) noted for his syndicated homey verse (1881-1959)

        Synoniemen