Betekenis van:
illness

illness
Zelfstandig naamwoord
  • het ziek zijn
  • impairment of normal physiological function affecting part or all of an organism

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

illness
Zelfstandig naamwoord
  • elk van de bijzondere vormen waarin het ziek zijn zich voordoet
  • impairment of normal physiological function affecting part or all of an organism

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

illness
Zelfstandig naamwoord
  • ziekte, ziekte
  • impairment of normal physiological function affecting part or all of an organism

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

illness
Zelfstandig naamwoord
  • kwaal
  • impairment of normal physiological function affecting part or all of an organism

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

illness
Zelfstandig naamwoord
  • ziekte
  • impairment of normal physiological function affecting part or all of an organism

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen