Betekenis van:
lord

lord
Zelfstandig naamwoord
  • hoofd v.e. corporatie of orde
  • a person who has general authority over others

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

lord
Zelfstandig naamwoord
  • onderofficier bij de zeemacht
  • a person who has general authority over others

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

lord
Zelfstandig naamwoord
  • hoofd v.d. hofhouding
  • a person who has general authority over others

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

lord
Zelfstandig naamwoord
  • jonker op het platteland
  • a titled peer of the realm

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

lord
Zelfstandig naamwoord
  • het Opperwezen, de Schepper, de Geest waardoor en waarin alles is, zoals Hij bij monotheïsten, vooral bij joden en christenen genoemd wordt
  • terms referring to the Judeo-Christian God

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

lord
Zelfstandig naamwoord
  • specialist in de theologie; bestudeerder van God en godsdienst
  • terms referring to the Judeo-Christian God

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

lord
Zelfstandig naamwoord
  • goddelijke aard
  • terms referring to the Judeo-Christian God

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

lord
Zelfstandig naamwoord
  • lord
  • a titled peer of the realm

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

lord
Zelfstandig naamwoord
  • edelman, nobiljon
  • a titled peer of the realm

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

lord
Zelfstandig naamwoord
  • magister
  • a person who has general authority over others

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to lord
Werkwoord
  • adelen
  • make a lord of someone

Hyperoniemen


Voorbeeldzinnen

  1. Lord! I object.
  2. Thank you dear Lord.
  3. Lord Ashburton accepted the compromise.
  4. The Lord be most exalted!
  5. Drum is the lord of music.
  6. It's the day of the Lord.
  7. Remember thy Lord when thou forgettest.
  8. Lord Ashburton had an American wife.
  9. Praise the Lord and pass the ammunition.
  10. Pray the Lord and not his prophets.
  11. Man is the lord of all creation.
  12. The truth from the Lord of you.
  13. The Lord is my shepherd, I shall not want.
  14. They were not able to respect their new lord.
  15. Kill them, for the Lord knows those who are His.