Betekenis van:
marriage

marriage
Zelfstandig naamwoord
  • wettelijke verbintenis van twee mensen; huwelijk; huwelijk; betrekking tot mensen d.m.v. huwelijk
  • the state of being a married couple voluntarily joined for life (or until divorce)
"a long and happy marriage"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

marriage
Zelfstandig naamwoord
  • huwelijkssluiting
  • the act of marrying; the nuptial ceremony
"their marriage was conducted in the chapel"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

marriage
Zelfstandig naamwoord
  • getrouwd paar; getrouwd paar
  • two people who are married to each other
"his second marriage was happier than the first"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

marriage
Zelfstandig naamwoord
  • huwelijksplechtigheid, trouwplechtigheid
  • the act of marrying; the nuptial ceremony
"their marriage was conducted in the chapel"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

marriage
Zelfstandig naamwoord
    • a close and intimate union
    "the marriage of music and dance"
    "a marriage of ideas"

    Hyperoniemen

    marriage
    Zelfstandig naamwoord
    • huwelijksleven
    • the act of marrying; the nuptial ceremony
    "their marriage was conducted in the chapel"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen