Betekenis van:
union

union
Zelfstandig naamwoord
  • wettelijke verbintenis van twee mensen; huwelijk; huwelijk; betrekking tot mensen d.m.v. huwelijk
  • the state of being a married couple voluntarily joined for life (or until divorce)
"God bless this union"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

union
Zelfstandig naamwoord
  • organisatie van/voor werknemers
  • an organization of employees formed to bargain with the employer
"you have to join the union in order to get a job"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

union
Zelfstandig naamwoord
  • ontwikkeling tot één geheel
  • the act of making or becoming a single unit
"the union of opposing factions"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

union
Zelfstandig naamwoord
  • vereniging van werknemers die in hetzelfde vak werkzaam zijn, met als doel de behartiging van de belangen van het vak en de verdediging van de sociale en economische belangen van de leden
  • an organization of employees formed to bargain with the employer
"you have to join the union in order to get a job"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

union
Zelfstandig naamwoord
  • geheel van personen die zich op basis van gemeenschappelijke opvattingen, doelstellingen, activiteiten e.d. verenigd hebben
  • an organization of employees formed to bargain with the employer
"you have to join the union in order to get a job"

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

union
Zelfstandig naamwoord
  • bond van soevereine staten onder een centraal gezag
  • a political unit formed from previously independent people or organizations

Hyperoniemen

Hyponiemen

union
Zelfstandig naamwoord
  • geslachtsdaad
  • the act of pairing a male and female for reproductive purposes

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

union
Zelfstandig naamwoord
  • het paren
  • the act of pairing a male and female for reproductive purposes

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

union
Zelfstandig naamwoord
  • aggregatie, conjunctie, junctie, samenvoeging, vereniging
  • the occurrence of a uniting of separate parts
"lightning produced an unusual union of the metals"

Hyperoniemen

Hyponiemen

union
Zelfstandig naamwoord
    • a set containing all and only the members of two or more given sets
    "let C be the union of the sets A and B"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    union
    Zelfstandig naamwoord
      • the state of being joined or united or linked
      "there is strength in union"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      union
      Zelfstandig naamwoord
        • a device on a national flag emblematic of the union of two or more sovereignties (typically in the upper inner corner)

        Hyperoniemen

        union
        Zelfstandig naamwoord
          • the United States (especially the northern states during the American Civil War)

          Synoniemen

          union
          Zelfstandig naamwoord
          • middenhand
          • the act of pairing a male and female for reproductive purposes

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          union
          Zelfstandig naamwoord
            • healing process involving the growing together of the edges of a wound or the growing together of broken bones

            Synoniemen

            Hyperoniemen

            union
            Bijvoeglijk naamwoord
              • of trade unions
              "the union movement"
              "union negotiations"
              union
              Bijvoeglijk naamwoord
              • syndicaal
              • being of or having to do with the northern United States and those loyal to the Union during the American Civil War

              Synoniemen