Betekenis van:
pace

pace
Zelfstandig naamwoord
  • stap; het verzetten v.d. voet; pas; voetstap
  • a step in walking or running

Synoniemen

Hyperoniemen

pace
Zelfstandig naamwoord
  • stap
  • a step in walking or running

Synoniemen

Hyperoniemen

pace
Zelfstandig naamwoord
    • the relative speed of progress or change
    "he lived at a fast pace"
    "the pace of events accelerated"

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    pace
    Zelfstandig naamwoord
      • the distance covered by a step
      "he stepped off ten paces from the old tree and began to dig"

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      pace
      Zelfstandig naamwoord
      • speltempo
      • a step in walking or running

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      pace
      Zelfstandig naamwoord
        • a unit of length equal to 3 feet; defined as 91.44 centimeters; originally taken to be the average length of a stride

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        pace
        Zelfstandig naamwoord
          • the rate of some repeating event

          Synoniemen

          Hyperoniemen

          Hyponiemen

          pace
          Zelfstandig naamwoord
            • the rate of moving (especially walking or running)

            Synoniemen

            Hyperoniemen

            Hyponiemen

            to pace
            Werkwoord
              • go at a pace
              "The horse paced"

              Hyperoniemen

              Hyponiemen

              to pace
              Werkwoord
                • walk with slow or fast paces
                "He paced up and down the hall"

                Hyperoniemen

                to pace
                Werkwoord
                  • regulate or set the pace of

                  Hyperoniemen

                  to pace
                  Werkwoord
                    • measure (distances) by pacing

                    Synoniemen

                    Hyperoniemen