Betekenis van:
pig

pig
Zelfstandig naamwoord
  • iemand die bij de politie werkt
  • uncomplimentary terms for a policeman

Synoniemen

Hyperoniemen

pig
Zelfstandig naamwoord
  • soort politieagent
  • uncomplimentary terms for a policeman

Synoniemen

Hyperoniemen

pig
Zelfstandig naamwoord
  • ambtenaar van de politie
  • uncomplimentary terms for a policeman

Synoniemen

Hyperoniemen

pig
Zelfstandig naamwoord
    • a crude block of metal (lead or iron) poured from a smelting furnace

    Hyperoniemen

    pig
    Zelfstandig naamwoord
      • a coarse obnoxious person

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      Hyponiemen

      pig
      Zelfstandig naamwoord
      • zandbed
      • mold consisting of a bed of sand in which pig iron is cast

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      pig
      Zelfstandig naamwoord
      • viezerik, smeerlap
      • a person regarded as greedy and pig-like

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      pig
      Zelfstandig naamwoord
      • garenhaspel
      • uncomplimentary terms for a policeman

      Synoniemen

      Hyperoniemen

      pig
      Zelfstandig naamwoord
        • domestic swine

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        Hyponiemen

        to pig
        Werkwoord
        • te gulzig eten; iets gulzig eten; veel eten; gulzig eten; hard werken
        • eat greedily

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to pig
        Werkwoord
        • (van zeugen) biggen werpen
        • give birth

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to pig
        Werkwoord
        • opvreten; gulzig doorslikken; opslokken
        • eat greedily

        Synoniemen

        Hyperoniemen

        to pig
        Werkwoord
          • live like a pig, in squalor

          Synoniemen

          Hyperoniemen