Betekenis van:
pull in

to pull in
Werkwoord
  • thuis afzetten
  • of trains; move into (a station)

Synoniemen

Hyperoniemen

to pull in
Werkwoord
  • als loon hebben
  • earn on some commercial or business transaction; earn as salary or wages

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to pull in
Werkwoord
  • thuis aankomen
  • of trains; move into (a station)

Synoniemen

Hyperoniemen

to pull in
Werkwoord
  • naar zich toe halen
  • direct toward itself or oneself by means of some psychological power or physical attributes

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to pull in
Werkwoord
  • binnen een ruimte trekken
  • direct toward itself or oneself by means of some psychological power or physical attributes

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to pull in
Werkwoord
  • instappen, opstappen
  • of trains; move into (a station)

Synoniemen

Hyperoniemen

to pull in
Werkwoord
  • doen, opbrengen
  • earn on some commercial or business transaction; earn as salary or wages

Synoniemen

Hyperoniemen

Hyponiemen

to pull in
Werkwoord
  • opstappen
  • of trains; move into (a station)

Synoniemen

Hyperoniemen

to pull in
Werkwoord
    • get or bring together

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    to pull in
    Werkwoord
    • inpalmen
    • direct toward itself or oneself by means of some psychological power or physical attributes

    Synoniemen

    Hyperoniemen

    Hyponiemen

    Werkwoord